Immateriële schade is het niet in geld uitdrukbare nadeel dat iemand lijdt door pijn, verdriet of verminderde levenskwaliteit als gevolg van een onrechtmatige daad of wanprestatie.

Immateriële schade

Immateriële schade — ook wel 'smartengeld' of 'niet-vermogensschade' genoemd — is het nadeel dat een persoon lijdt dat niet direct in geld is uit te drukken. Denk aan lichamelijke pijn, psychisch leed, verdriet, angst of een structurele vermindering van de kwaliteit van leven. De wettelijke grondslag voor vergoeding van immateriële schade is te vinden in artikel 6:106 BW. Dit artikel bepaalt dat recht op smartengeld bestaat wanneer:

In de letselschadepraktijk is de meest voorkomende grondslag lichamelijk letsel (verkeersongevallen, medische fouten, bedrijfsongevallen). De hoogte van het smartengeld wordt vastgesteld aan de hand van:

In 2026 lopen de toegekende bedragen in Nederland uiteen van enkele honderden euro's bij licht letsel tot bedragen boven de €200.000 bij zeer ernstig, blijvend letsel zoals hoge dwarslaesies of ernstig hersenletsel. Nederland kent van oudsher relatief lage smartengeldbedragen vergeleken met landen als Duitsland of het Verenigd Koninkrijk, maar de bedragen zijn de afgelopen jaren gestegen door een bewuste koerswijziging in de rechtspraak.

Praktisch gevolg: Immateriële schade wordt apart gevorderd naast materiële schade (zoals verlies van inkomen of zorgkosten). Het is verstandig om vergelijkbare rechtbankuitspraken te verzamelen ter onderbouwing van de vordering, omdat rechters grote vrijheid hebben bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld.

Na een ernstig verkeersongeval waarbij het slachtoffer blijvend invalide raakte, kende de rechtbank een vergoeding van immateriële schade toe van €75.000 wegens het verlies aan levensvreugde en de voortdurende pijnklachten.

Bron: AI

Letselschade opgelopen?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze letselschade-specialisten. Wij spreken uw taal.