Zelfwerkzaamheid is de schade die ontstaat doordat een slachtoffer door letsel niet langer zelf klussen, tuinwerk of huishoudelijke taken kan verrichten die normaal geen betaalde hulp vereisen.

Zelfwerkzaamheid

Zelfwerkzaamheid verwijst in de letselschadepraktijk naar de schade die een slachtoffer lijdt doordat hij door zijn letsel niet meer in staat is werkzaamheden te verrichten die hij vóór het ongeval zelf deed en waarvoor normaal gesproken geen betaalde kracht wordt ingehuurd. Denk aan schilderwerk, tuinonderhoud, kleine reparaties, het leggen van vloeren of het wassen van de auto. De juridische grondslag voor vergoeding is artikel 6:107 BW (schade van de benadeelde zelf) in combinatie met artikel 6:96 BW (vermogensschade), en bij immateriële aspecten artikel 6:106 BW. De schade wordt doorgaans begroot op de kosten die de benadeelde zou moeten maken om de werkzaamheden door een derde te laten uitvoeren.

Kenmerken en aandachtspunten

Praktische gevolgen

Slachtoffers dienen bij hun schadeclaim concreet te onderbouwen welke werkzaamheden zij voorheen zelf verrichtten en wat de frequentie daarvan was. Een medische onderbouwing van de beperkingen is onmisbaar. Verzekeringsmaatschappijen accepteren doorgaans de normbedragen uit de Letselschade Richtlijn, maar bij aantoonbaar hogere feitelijke kosten (bijvoorbeeld bij een groot eigen huis of bijzondere vaardigheden) kan een hogere vergoeding worden gevorderd op basis van werkelijke schade.

Na zijn rugletsel kon de benadeelde zijn huis niet meer schilderen en zijn tuin niet meer onderhouden; de rechter kende hem een vergoeding voor zelfwerkzaamheid toe van € 750 per jaar.

Bron: AI

Letselschade opgelopen?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze letselschade-specialisten. Wij spreken uw taal.